Hoe gek het ook klinkt – het bestaan van de Twilight-boeken is helemaal te danken aan een droom. Op 2 juni 2003 werd Stephenie vroeg in de ochtend wakker. Ze had die nacht zo’n levendige droom gehad dat zij zich deze toen ze wakker werd nog kon herinneren. In haar droom voerden twee mensen een intens gesprek op een open plek in het bos. De een was een gewoon meisje en de ander een fantastisch knappe, fonkelende vampier. Ze spraken erover dat ze verliefd op elkaar aan het worden waren, terwijl ondertussen de vampier de geur van haar bloed onweerstaanbaar vond en moeite had om haar niet meteen te vermoorden.
Hoewel ze veel te doen had - ontbijt voor hongerige kinderen maken, het aankleden en verschonen van deze kinderen en het zoeken naar zwemkleding die niemand ooit op de goede plek legt -, bleef ze in bed aan haar droom denken. Stephenie was zo geïntrigeerd door het verhaal van het stel, dat ze het niet wilde vergeten. Uiteindelijk stond ze met tegenzin op, deed de noodzakelijke taken en zette alle andere dingen even op een laag pitje. Ze ging achter haar computer zitten om te schrijven – iets dat ze in heel lange tijd al niet meer gedaan had.
Vanaf dat moment ging er geen dag voorbij zonder dat ze iets schreef. Op slechte dagen schreef ze maar één of twee pagina’s en op goede dagen liep dit op naar één hoofdstuk of zelfs nog iets meer, maar schrijven dééd ze. Stephenie schreef voornamelijk ’s avonds, nadat ze haar kinderen naar bed had gebracht. Alleen dan vond ze de tijd om langer dan vijf minuten ongestoord te kunnen werken. ‘Ik begon met de scène uit mijn droom en schreef door tot het einde. Daarna ging ik terug naar het begin en schreef verder tot de twee delen aan elkaar pasten.’

Het duurde een tijdje voordat Stephenie namen voor haar anonieme duo had gevonden. Stephenie besloot een naam te gebruiken voor haar vampier die vroeger als romantisch werd beschouwd, maar al decennia lang niet meer populair was: Charlotte Brönte’s Mr Rochester en Jane Austens Mr Ferrars waren personages die haar op het spoor brachten van de naam Edward. De meeste tijd ging zitten in de speurtocht naar de naam voor de vrouwelijke hoofdpersoon. Niets leek goed. Uiteindelijk koos Stephenie voor de naam die ze gereserveerd had voor haar eventuele dochter (die ze tot op heden niet heeft): Isabella. Voor de namen van de andere personages dook ze de archieven in om naar populaire namen uit hun geboortejaar te zoeken. Interessant feit: Rosalie heette oorspronkelijk Carol en Jasper heette eerst Ronald.
De serie moest zich afspelen op een plek waar het vaak en veel regende. Via Google vond Stephenie een stadje genaamd Forks. Forks wordt omgeven door bos en bleek precies de perfecte locatie voor het verhaal te zijn. Terwijl ze meer onderzoek deed naar de omgeving van Forks, ontdekte Stephenie het La Push Reservaat, waar de Quileute indianen leven. Ze vond het verhaal van de stam fascinerend en een aantal leden namen al snel een belangrijke rol in haar verhaal in.
Tijdens deze periode waren Bella en Edward letterlijk stemmen in Stephenies hoofd. ‘Ze wilden gewoonweg hun mond niet houden! Ik bleef zo laat mogelijk op om alle verhalen in mijn hoofd op te schrijven, en daarna kroop ik dan uitgeput in bed. Waar vervolgens weer een nieuw gesprek op gang kwam!’ Uiteindelijk legde Stephenie maar pen en papier naast haar bed, zodat ze ’s nachts niet meer naar de computer hoefde te lopen. Op die manier kwam ze tenminste nog een beetje aan haar nachtrust toe. ‘Al was het vaak een hele uitdaging om alles de volgende ochtend te ontcijferen! zegt ze.
Ook overdag kon Stephenie niet uit de buurt van haar computer blijven. Zelfs bij temperaturen van 46 graden Celcius zat ze tijdens de zwemlessen van haar kinderen met haar hoofd bij het verhaal van Bella en Edward: ‘Al was het een typische Arizona-zomer - heet, heet en nog eens heet -, ik kan me alleen maar regen en groen herinneren. Die zomer heb ik doorgebracht in Forks.’
Toen Stephenie eenmaal het grootste deel van het verhaal af had, begon ze met het schrijven van epilogen. Héél veel epilogen: ‘Na verloop van tijd zag ik in dat ik er niet klaar voor was om mijn personages los te laten, en ik begon te werken aan een vervolg.’ Ondertussen bleef Stephenie ook als een bezetene doorgaan met het redigeren van Twilight. Haar oudste zus Emily was de enige die wist waar ze mee bezig was. ‘Op een gegeven moment begon ik haar hoofdstukken toe te sturen. Ze vroeg vaak of ik weer iets nieuws had geschreven en was de eerste die tegen me zei dat ik moest proberen een uitgever voor Twilight te vinden,’ vertelt Stephenie.

Een uitgever vinden
Toen ze haar manuscript uitprintte, in bruin papier verpakte en naar een uitgever stuurde, dacht Stephenie dat het wel goed zou komen. Maar toen ze aan het googelen sloeg, kwam ze erachter dat bij het uitgeven van een boek toch iets meer komt kijken. ‘In Amerika ben je niks zonder een literair agent om je te vertegenwoordigen. Ik werd moedeloos van alle acties die ik zou moeten ondernemen, en het was zeker niet het geloof in mijn schrijftalent dat me aanspoorde door te zetten. Ik hield simpelweg zo veel van mijn personages, ik wilde dat andere mensen ze ook leerden kennen.’
Stephenie werd lid van WritersMarket.com en maakte een lijst van kleine uitgevers die ongevraagde manuscripten accepteerden en enkele literaire agentschappen. Ze ontdekte Writers House, een van de belangrijkste literaire agentschappen, en deze kwam gelijk bovenaan Stephenies verlanglijstje te staan – ‘al geloofde ik er geen moment in dat ze me als auteur wilden hebben,’ zegt ze.
Stephenie stuurde een fragment van Twilight naar diverse agentschappen, en kreeg uiteraard de nodige afwijzigingen terug. ‘Maar ook het verzoek van Writers House of ik mijn hele boek wilde sturen. Ze realiseerden zich vast niet dat bijna 500 pagina´s waren! Ongeveer een maand later werd ik gebeld door Jodi Reamer van Writers House – een literair agent die mij wilde vertegenwoordigen.’ Het duo werkte samen twee weken lang aan Twilight om het te perfectioneren. Vervolgens stuurde Jodi het manuscript naar negen verschillende uitgeverijen. De dag na Thanksgiving nam Megan Tingley, de uitgever van Little, Brown and Company, contact op met Jodi om een bod te doen. ‘Het bedrag dat de uitgeefster bood was zo hoog dat ik serieus dacht dat Jodi een grap maakte,’zegt Stephenie. ‘Vooral toen ze het afwees en om meer geld vroeg! Het koste me even tijd om me te realiseren dat Twilight niet alleen uitgegeven ging worden, maar dat ze me er zelfs voor gingen betálen!’
Het einde van het verhaal is bekend: in een periode van zes maanden werd Twilight gedroomd, geschreven en voor publicatie geaccepteerd. Inmiddels zijn de boeken vertaald in meer dan 40 talen en zijn er meer dan 25 miljoen exemplaren over de hele wereld verkocht.